Btw in de horeca: wanneer 9% en wanneer 21% voor je restaurant
Twee gasten aan dezelfde tafel, dezelfde rekening, en toch twee btw-tarieven: de tomatensoep en de verse muntthee vallen onder 9%, het glas wijn ernaast onder 21%. Wie dat onderscheid niet goed in de kassa heeft staan, draagt structureel te veel of te weinig af, en dat tweede merk je pas bij een boekenonderzoek.
Deze gids legt uit hoe de btw voor een Nederlands restaurant, café of afhaalzaak werkt: welk tarief op wat van toepassing is, wat er per 1 januari 2026 wel en niet is veranderd, hoe je gemengde rekeningen en menu's splitst, hoe het zit met fooien en no-show kosten, en wanneer de kleineondernemersregeling relevant is. Elke regel hieronder is terug te vinden bij de Belastingdienst of een andere officiële bron, en elk voorbeeld is uitgerekend in euro's.
Eén ding vooraf: dit artikel is praktische uitleg, geen belastingadvies. Voor beslissingen waar echt geld aan hangt, overleg met je boekhouder of belastingadviseur.
In het kort:
- 9% btw op eten en alcoholvrije dranken, in de zaak én bij afhalen en bezorgen;
- 21% btw op alcoholhoudende dranken: bier met meer dan 0,5% alcohol, overige dranken met meer dan 1,2%;
- per 1 januari 2026 ging logies van 9% naar 21%; voor restaurants veranderde er niets;
- je kassa moet de tarieven scheiden, ook binnen één menu met wijnarrangement;
- over vrijwillige fooien betaal je geen btw, over ingehouden no-show bedragen doorgaans wel.
De basis: 9% op eten en alcoholvrije dranken
De hoofdregel is gunstig en overzichtelijk. Voedingsmiddelen vallen onder het verlaagde tarief van 9%, en de Belastingdienst is er expliciet over: eten en drinken (niet-alcoholhoudend) in horecabedrijven valt onder het 9%-tarief, en dat tarief geldt ook voor afhaalmaaltijden. Anders dan in landen als het Verenigd Koninkrijk of Duitsland maakt het in Nederland dus niet uit of de gast aan je tafel eet, het meeneemt of laat bezorgen: eten is 9%, punt.
Onder die 9% vallen ook de koffie, de thee, de verse jus, de cola en het flesje bronwater. Kraanwater bij het eten is doorgaans gratis en dan speelt er helemaal geen btw.
Omdat je kaartprijzen inclusief btw zijn (de prijs op de kaart is de prijs die de gast betaalt), zit de belasting al in het bedrag dat je ziet. Bij 9% reken je de btw uit het brutobedrag met de breuk 9/109.
Rekenvoorbeeld. Een tafel van vier rekent €109 af, allemaal eten en frisdrank. De btw in dat bedrag is €109 × 9/109 = €9. Jouw netto-omzet is €100.
Btw-vragen volgen overigens ook je reserveringen: aanbetalingen, no-show kosten en fooien hebben elk hun eigen behandeling, daarover verderop meer. Een reserveringstool verandert niets aan je btw-positie, maar houdt wel het papierspoor op orde: met een reserveringssysteem met een echt gratis versie en 0% commissie is elke reservering, bevestiging en annulering gelogd, en dat scheelt gedoe als je aanbetalingen moet aansluiten op je btw-aangifte.
21% op alcohol: waar de grens precies ligt
Alcoholhoudende dranken vallen altijd onder het algemene tarief van 21%, ook als ze bij een maaltijd worden geserveerd en ook bij afhalen. De grens is preciezer dan veel horecaondernemers denken. Volgens de Belastingdienst, pagina dranken geldt 21% voor:
- bier en biermengsels met meer dan 0,5% alcohol;
- alle andere dranken met meer dan 1,2% alcohol;
- samengestelde alcoholhoudende dranken zoals mixdranken, advocaat en kruidenwijn.
En 9% geldt voor:
- bier en biermengsels met 0,5% alcohol of minder (het 0.0-bier dus);
- andere dranken met 1,2% alcohol of minder (veel kombucha's en sommige "no & low" cocktails);
- eetwaren die alcohol bevatten, zoals bonbons met likeur.
| Op de kaart | Btw-tarief |
|---|---|
| Dagsoep, hoofdgerecht, dessert | 9% |
| Koffie, thee, frisdrank, verse jus, bronwater | 9% |
| Alcoholvrij bier (0,0% of maximaal 0,5%) | 9% |
| Pils, speciaalbier, radler met 2% alcohol | 21% |
| Wijn, ook bij het menu | 21% |
| Cocktails, ook licht-alcoholische boven 1,2% | 21% |
| Bonbons of dessert met een scheut likeur | 9% |
Die alcoholvrije categorie is fiscaal dus dubbel interessant: de trend naar 0.0 drinkt niet alleen mee met de tijdgeest, elke verkochte alcoholvrije spritz draagt 12 procentpunten minder btw dan zijn alcoholische broer. Hoe je dat verschil doorrekent naar je verkoopprijzen en marges staat in onze gids over menuprijzen berekenen voor je restaurant.
Wat er per 1 januari 2026 veranderde (en wat niet)
Rond de jaarwisseling was er veel btw-nieuws, en niet alles ervan raakt jouw zaak. De feiten op een rij:
- Logies ging van 9% naar 21%. Hotelovernachtingen en vergelijkbare korte verblijven vallen sinds 1 januari 2026 onder het algemene tarief. Heb je kamers boven de zaak of ben je restaurant met hotel, dan raakt dit je administratie direct. Kamperen bleef op 9%.
- De verhoging voor cultuur, media en sport ging niet door. Die stond ook gepland voor 1 januari 2026, maar is teruggedraaid: de Eerste Kamer nam op 28 oktober 2025 de Wet behoud verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport (dossier 36.814) aan, waarmee het 9%-tarief daar behouden bleef. De logiesverhoging bleef in diezelfde wet uitdrukkelijk wél overeind.
- Voor eten en drinken in het restaurant veranderde er niets. 9% op eten en alcoholvrij, 21% op alcohol, precies zoals daarvoor.
Kort gezegd: tenzij je bedden verhuurt, is de belangrijkste verandering van 2026 voor jou dat er geen verandering was.
Gemengde rekeningen en menu's: splitsen
Zodra er eten én alcohol op één rekening staan, moet je administratie beide tarieven apart bijhouden. In de praktijk betekent dat twee dingen.
Je kassa doet het zware werk. Elk artikel krijgt bij het inrichten van het kassasysteem zijn tariefgroep (eten en fris op 9%, alcohol op 21%), en de kassa telt per tarief op. Op de bon van de gast hoeft geen btw-uitsplitsing, op een factuur voor een zakelijke gast wel.
Rekenvoorbeeld. Een rekening van €100: voor €70 aan eten en frisdrank en voor €30 aan wijn. De btw is €70 × 9/109 = €5,78 plus €30 × 21/121 = €5,21, samen €10,99. Netto hou je €89,01 over. Wie diezelfde €100 volledig tegen 9% zou boeken, draagt €2,74 te weinig af, elke avond opnieuw.
Menu's en arrangementen splits je ook. Bij een all-in prijs, zoals een menu van €89 inclusief wijnarrangement, hoort een redelijke verdeling van de vergoeding over de tarieven, bijvoorbeeld op basis van de losse verkoopprijzen van de gerechten en de wijnen. Boek je zo'n arrangement volledig op 9%, dan verschuif je btw-plichtige alcoholomzet naar het lage tarief, en dat is precies waar een controleur naar kijkt. Leg de verdeelsleutel één keer goed vast met je boekhouder en laat de kassa hem daarna automatisch toepassen.
Het btw-onderscheid is trouwens ook een managementinstrument: wie zijn omzet netjes in eten en drank gesplitst heeft, ziet meteen zijn werkelijke marges per categorie. Hoe je van die cijfers naar een gezonde exploitatie komt, lees je in onze gids over de rentabiliteit van je restaurant.
Fooien en bedieningsgeld: niet hetzelfde voor de btw
Hier is de Belastingdienst verrassend duidelijk. Over vrijwillige fooien die je personeel ontvangt, betaal je geen btw: "Als uw personeel fooien ontvangt, hoeft u daarover geen btw te betalen", aldus de Belastingdienst zelf. Sta je als ondernemer zelf in de bediening, dan geldt in de horeca hetzelfde, omdat fooien in de branche gebruikelijk zijn.
De grens ligt bij verplichting: over andere bedragen die je méér ontvangt dan je in rekening hebt gebracht, moet je volgens dezelfde pagina wél btw betalen, tegen 9/109 of 21/121 afhankelijk van het tarief van de prestatie. Een verplicht bedieningsgeld dat je zelf op de rekening zet, is gewoon onderdeel van de prijs en dus btw-plichtig; het spontane extraatje van de gast niet.
Over de andere kant van fooien, wat er loonheffingstechnisch mag en moet als het team ze verdeelt, schreven we een aparte gids over fooien in de horeca en de belasting.
No-show kosten en aanbetalingen: reken op btw
Een aanbetaling voor een tafel is een vooruitbetaling op eten en drinken, en daar hoort btw bij op het moment van betalen. Maar wat als de gast niet komt opdagen en jij het bedrag inhoudt? De gangbare uitleg, ook in de branche, is dat je over ingehouden no-show bedragen gewoon btw afdraagt: het blijft een vergoeding die samenhangt met de gereserveerde prestatie, geen belastingvrije schadevergoeding. Reken er dus op dat van €100 ingehouden aanbetaling een deel naar de Belastingdienst gaat, en leg de behandeling vooraf vast met je boekhouder, zodat je aangifte en je annuleringsvoorwaarden hetzelfde verhaal vertellen.
De juridische kant, wat je mag vragen en hoe je het netjes communiceert, staat in onze gids over no-show kosten en aanbetalingen in je restaurant. Aan de praktische kant automatiseert het Standard + Anti No-Show pakket van ViteUneTable (€49 excl. btw per maand) precies dit: een creditcardgarantie bij het reserveren, alleen belast als de tafel niet komt, met elke transactie gelogd voor je administratie.
Aftrek en administratie: de basis op orde
Btw is tweerichtingsverkeer: je draagt af over je omzet en trekt de btw op je zakelijke inkoop af (voorbelasting) in dezelfde aangifte, meestal per kwartaal. Voor een restaurant betekent dat concreet:
- Op je food-inkoop drukt maar 9%. De voorbelasting op ingrediënten is daardoor kleiner dan veel starters verwachten; op alcohol-inkoop, energie, apparatuur, verbouwing en diensten zit 21%.
- Bewaar alles. Voor je administratie geldt de fiscale bewaarplicht van 7 jaar (Belastingdienst); je kassa-administratie met de tariefsplitsing hoort daarbij.
- Ken de horeca-eigenaardigheid aan de andere kant van de tafel. De btw op eten en drinken dat in een horecagelegenheid ter plaatse wordt genuttigd, is voor je zakelijke gast niet aftrekbaar (artikel 15, lid 5 van de Wet op de omzetbelasting 1968). Vraagt een zakelijke gast om een factuur "voor de btw", dan mag dat natuurlijk, maar aftrekken kan hij die horeca-btw niet. Goed om te weten als het gesprek erover gaat.
- Personeelsmaaltijden en eigen gebruik hebben hun eigen btw-regels met drempels en correcties; dat is bij uitstek een onderwerp voor het jaargesprek met je boekhouder.
De kleineondernemersregeling (KOR): zelden iets voor een restaurant
Blijft je omzet onder de €20.000 per kalenderjaar, dan kun je kiezen voor de kleineondernemersregeling: je berekent dan geen btw aan je gasten, doet geen btw-aangifte, maar kunt ook geen voorbelasting terugvragen.
Wees eerlijk naar jezelf over de rekensom. Een restaurant met personeel en huur zit vrijwel altijd ruim boven die grens; de KOR speelt hooguit bij een heel kleine nevenactiviteit, een pop-up of de allereerste maanden van een startende zaak. En juist in een opstartfase met veel investeringen (verbouwing, keuken, inventaris, allemaal met 21% btw) is het níet kunnen terugvragen van voorbelasting duur. Reken beide scenario's door voordat je je aanmeldt.
Overzichtstabel
| Prestatie | Btw | Bron |
|---|---|---|
| Eten in de zaak, afhalen en bezorgen | 9% | Belastingdienst, voedingsmiddelen |
| Alcoholvrije dranken (koffie, fris, 0.0-bier) | 9% | Belastingdienst, dranken |
| Bier met meer dan 0,5% alcohol | 21% | Belastingdienst, dranken |
| Overige dranken met meer dan 1,2% alcohol | 21% | Belastingdienst, dranken |
| Logies (kamers verhuren) | 21% sinds 1-1-2026 | Eerste Kamer, dossier 36.814 |
| Vrijwillige fooi voor het personeel | Geen btw | Belastingdienst, fooien |
| Verplicht bedieningsgeld op de rekening | Btw, tarief van de prestatie | Belastingdienst, fooien en extra vergoedingen |
| Ingehouden aanbetaling of no-show bedrag | Reken op btw; overleg met je boekhouder | Zie no-show gids |
Veelgestelde vragen
Welk btw-tarief geldt in een restaurant: 9% of 21%?
Allebei, naast elkaar. Eten en alcoholvrije dranken vallen onder 9%, alcoholhoudende dranken onder 21%. Op één rekening met een maaltijd en een glas wijn staan dus twee tarieven, en je kassa moet die gescheiden administreren.
Is de btw bij afhalen en bezorgen anders dan in het restaurant?
Nee. Het 9%-tarief voor eten en alcoholvrije dranken geldt volgens de Belastingdienst ook voor afhaalmaaltijden, en hetzelfde geldt bij bezorgen. Verkoop je een biertje bij een afhaalbestelling, dan blijft dat wel 21%.
Welk tarief geldt voor alcoholvrij bier en 0.0-cocktails?
Bier en biermengsels met maximaal 0,5% alcohol vallen onder 9%, andere dranken tot en met 1,2% alcohol ook. Daarboven geldt 21%. Een radler van 2% is dus 21%, een 0.0-bier en de meeste alcoholvrije cocktails 9%.
Is het btw-tarief voor restaurants in 2026 veranderd?
Nee. Per 1 januari 2026 ging alleen logies van 9% naar 21%; de geplande verhoging voor cultuur, media en sport is teruggedraaid (wet aangenomen op 28 oktober 2025, dossier 36.814). Voor eten en drinken in de horeca bleven de tarieven ongewijzigd.
Moet ik btw betalen over fooien?
Nee, over vrijwillige fooien die je personeel ontvangt betaal je geen btw, zo stelt de Belastingdienst expliciet. Een verplicht bedieningsgeld dat jij op de rekening zet, is wel gewoon btw-plichtige omzet tegen het tarief van wat je serveert.
Moet ik btw afdragen over ingehouden no-show kosten?
Reken daarop, ja. Een aanbetaling is een vooruitbetaling op eten en drinken en dus btw-plichtig op het moment van betalen; houd je het bedrag in na een no-show, dan is de gangbare uitleg dat de btw verschuldigd blijft. Leg de precieze behandeling vast met je boekhouder.
Lees ook
Website voor je restaurant maken: de complete gids voor 2026
Is een Google-bedrijfsprofiel en een Facebookpagina genoeg, of heeft je restaurant een echte website nodig? Een eerlijk antwoord, met wat erop moet staan, realistische prijzen en de klassieke fouten.
Walk-in of reservering: de juiste mix voor je restaurant
Alles op reservering, alleen walk-ins of bewust allebei? Elk model wint in een ander soort zaak. Zo kies je jouw mix, bepaal je hoeveel tafels je vrijhoudt en voorkom je dat overboeken je duurste fout wordt.
Wachtlijst voor je restaurant: maak van elk "helaas, we zitten vol" alsnog omzet
Elk "helaas, we zitten vanavond vol" aan de telefoon is een gast die bij je concurrent reserveert, vaak voorgoed. Zo verandert een goed gerunde wachtlijst die afwijzingen in gedekte tafels, en in gasten die terugkomen.